Veelgestelde vragen

Hieronder vindt u de top 10 meest gestelde vragen over de ontwikkeling van de militaire terreinen en de antwoorden daarop. Ook kunt u altijd contact met ons opnemen of een goed idee voorleggen.

Top 10 meest gestelde vragen

1. Waarom worden de militaire terreinen afgestoten?
Net als vele andere Europese landen heeft ook Nederland na het wegvallen van de dreiging van de Koude Oorlog besloten de krijgsmacht in te krimpen en te herstructureren. Een deel van de mobilisatiecomplexen en kazerneterreinen die tijdens de Koude Oorlog verspreid over Nederland zijn gebouwd, zijn nu overbodig. Dienst Landelijk Gebied (DLG) heeft van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) de opdracht gekregen om – samen met Rijksvastgoed- en ontwikkelingsbedrijf (RVOB) – voor deze terreinen een nieuwe bestemming te zoeken.


2. Wie voeren de ontwikkeling van de militaire terreinen uit?

In opdracht van het ministerie  van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) zoeken Dienst Landelijk Gebied (DLG) en Rijksvastgoed- en ontwikkelingsbedrijf (RVOB) een nieuwe bestemming voor de overtollig geworden militaire terreinen. Per terrein zoeken we met provincies, gemeenten en andere betrokken naar een bestemming die het beste bij het gebied past. Zodra de planvorming en de inrichting van de terreinen ver genoeg is gevorderd, dragen we ze over aan een nieuwe eigenaar.


3. Waar kan ik informatie krijgen?

Veel informatie kunt u terugvinden op deze website. Wilt u meer specifieke informatie, ga dan naar de contactpagina. Voor specifieke vragen over de terreinen, kijk dan op de pagina over het betreffende terrein. Daar vindt u ook de contactpersonen.


4. Wat gebeurt er met de terreinen en wanneer?

In het najaar van 2004 is een afspraak gemaakt tussen minister Veerman van het voormalige ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) en staatssecretaris Van der Knaap van Defensie over de overname van een aantal ‘groene’ defensieterreinen door LNV (nu: EL&I). Deze af te stoten terreinen en objecten zijn gelegen in de provincies Drenthe, Overijssel, Gelderland, Utrecht, Noord-Holland, Zuid-Holland, Noord-Brabant en Limburg. Dienst Landelijk Gebied (DLG) en Rijksvastgoed- en ontwikkelingsbedrijf (RVOB) hebben de opdracht gekregen om de overdracht van deze terreinen van Defensie naar de eindbeheerder uit te voeren door namens EL&I deze terreinen te ontwikkelen, of door te leveren ten behoeve van een groene doelstelling. In 2011 hebben alle terreinen een nieuwe bestemming. De meeste gaan terug naar de natuur, de zogenoemde ‘groene’ functies. Maar er zijn ook terreinen die een ‘rode’ functie krijgen, zoals bijvoorbeeld (zorg)landgoederen, recreatieparken, horeca-activiteiten of zelfs woningbouw. De opbrengsten uit de ‘rode’ functies bekostigen de ‘groene’ functies. Door landelijke verevening worden de 53 terreinen budgettair neutraal ontwikkeld.
Voor de planning verwijzen we u naar de pagina’s van de betreffende terreinen.


5. Hoe wordt het project bekostigd?

In het najaar van 2004 is een afspraak gemaakt tussen Minister Veerman van het voormalige ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) en Staatssecretaris Van der Knaap van Defensie over de overname van een aantal ‘groene’ defensieterreinen door LNV (nu: EL&I) voor een bedrag van 15 miljoen euro.
De meeste terreinen liggen binnen de Ecologische Hoofdstructuur en krijgen daarom ‘groene functies’ als natuur en recreatie. Dienst Landelijk Gebied (DLG) en Rijksvastgoed- en ontwikkelingsbedrijf (RVOB) willen de kosten voor sloop beperken en monumentale gebouwen behouden. Met de opbrengsten uit de terreinen die geschikt zijn voor nieuwe ‘rode functies’ wordt de realisatie van de groene functies en het behoud van monumenten gefinancierd. Voorbeelden van rode functies zijn woningbouw, bedrijventerrein, landgoederen of culturele evenementen. Wij kunnen als publieke partner investeren in vastgoed in landelijk gebied, ook bij ‘rood-voor-groen’ constructies als bij de ontwikkeling van militaire terreinen.


6. Om welke terreinen gaat het?

Het gaat om 53 terreinen in de provincies Drenthe, Overijssel, Gelderland, Noord-Holland, Utrecht, Zuid-Holland, Noord-Brabant en Limburg. Op de homepagina van deze website staat een overzichtkaartje met alle terreinen. Voor meer informatie over één van de terreinen kunt u op deze kaart het betreffende terrein aanklikken.


7. Wanneer hebben alle terreinen een nieuwe bestemming?
In 2011 hebben alle terreinen een nieuwe bestemming gekregen, en zijn de terreinen overgedragen aan een nieuwe eigenaar.


8. Zijn de terreinen/gebieden met een nieuwe bestemming nog wel voor het publiek toegankelijk?

De meeste terreinen zijn tot nu toe voor publiek gesloten geweest. Een aantal van de grote oefenterreinen was alleen onder voorwaarden toegankelijk. Veel van deze terreinen worden in de toekomst weer toegankelijk.


9. Kan ik me als projectontwikkelaar inschrijven voor een terrein?

Het beste kunt u contact opnemen met de contactpersoon die bij de betreffende terreinen genoemd wordt. Ook kunt u contact opnemen met de landelijke of regionale projectleider. De contactgegevens vindt u op de pagina Contact.


10. Ik heb een idee voor een militair terrein, bij wie kan ik hiervoor terecht?

U kunt via de contactpagina uw ideeën inzenden. De projectorganisatie gaat deze dan behandelen.

Deel deze pagina

E-mail Print Twitter Facebook